Tuinreglement – Versie 2020

Artikel 1 – Aanleg, indeling en onderhoud tuinen

De leden zijn gehouden hun tuin vanaf aanvang in goede staat te houden, alsmede voor een goede bewerking zorg te dragen, en alsook de paden langs hun tuin in goede staat te houden. Ook een eventueel aan de tuin grenzende sloot moet schoon en schouw-vrij gehouden worden.

Artikel 2 – Opstallen

Ten aanzien van bebouwingen en/of getimmerten dienen de leden de volgende regels in acht te nemen:

a. De constructies dienen dusdanig te zijn gemaakt dat zij, onder bepaalde weersomstandigheden, geen gevaar kunnen vormen voor hun omgeving. Ook mag worden verwacht dat er regelmatig onderhoud aan wordt gedaan

b. Het is de leden toegestaan om op tuinen van groter dan 75 m2 een plantenkas te plaatsen van maximaal 12 m2 en een hoogte van 2,40 m. Op tuinen kleiner dan 75 m2 mag maximaal 10% van het oppervlak worden bebouwd.

c. Kassen mogen niet afwateren op paden of andere tuinen.

d. Voor het plaatsen van een grote plantenkas gelden de volgende regels:

1. Ongeacht de grote van de kas dient men een schriftelijke aanvraag, met opgave van afmetingen en plaats op de tuin, in te dienen bij het bestuur.

2. Na toestemming zullen administratiekosten moeten worden betaald.

e. Bebouwingen en/of getimmerten op de toegewezen percelen aanbrengen uitsluitend na toestemming van het bestuur. Deze getimmerten niet anders te schilderen dan de kleuren groen of transparant.

f. Voor een platte bak geldt dat deze niet hoger dan 80 cm mag zijn.

g. Bij plaatsing van een koude bak, gereedschapskist of compostbak deze op een juiste afstand vanuit een aangrenzende tuin te plaatsen. Hierbij geldt dat de hoogte van het object de minimale afstand is. Voor plaatsing aan een pad is geldt deze regel niet.

h. Indien opstallen niet meer voldoen aan het gestelde in lid a, c, d, e, f en g maar vanuit de historie zijn gedoogd, zullen bij noodzakelijke vervanging ervan of door opzegging van de tuin moeten worden verwijderd, verplaatst of veranderd.

i. Het bestuur behoudt zich het recht voor om in te grijpen indien niet wordt voldaan aan het opgestelde in dit artikel. Hierbij kan het bestuur direct actie ondernemen indien de omstandigheden dit vereisen.

Artikel 3 – Milieu en hygiëne

teHet is de leden niet toegestaan:

a. Tuinafval te deponeren op andere plaatsen dan de eigen tuin.

b. Giftige bestrijdingsmiddelen te gebruiken.

c. Het gebruiken van dode dieren of plastic als vogelafschrikking.

d. De paden te verontreinigen of te blokkeren.

e. Paden op de tuin te maken gebruikmakend van schelpen, grind, ophoogzand of anderszins dat los is gestort.

f. Radio’s e.d. te laten spelen.

g. Het hebben en houden van dieren op de tuinen. 

h. Mulchen met schadelijke producten zoals pizzadozen (PFAS) of ander karton waar potentieel schadelijk materiaal in is verwerkt (plastic, coatings) en dergelijken.

i. Kunstmest te gebruiken.

j. Het maken van open vuur op het complex.

Artikel 4 – Tuinen

a. Gereedschap en hulpmiddelen die op de tuin gebruikt worden, zodanig op te bergen zodat er door storm geen schade bij andere tuinders of omwonenden kan ontstaan. Indien door nalatigheid er toch schade ontstaat is het lid op wiens naam de tuin is verhuurd verplicht deze schade te vergoeden. 

b. Bij aanplant van woekerende planten (bijv. sommige frambozensoorten) is men verplicht voldoende te afstand te houden van paden of aangrenzende tuinen zodat er geen overlast kan ontstaan. Voor alle beplanting geldt dat de afstand tot de aangrenzende tuinen worden bepaald door de hoogte van de plant (hoogte = afstand).

c. Voor vruchtdragende bomen laagstam, gelden de volgende regels:

– Vooraf toestemming vragen aan het bestuur.

– Niet hoger laten groeien dan 3,5 meter.

– Andere bomen dan bovengenoemd zijn niet toegestaan.

d. Bij teelt van aardappels wordt een wisselteelt van 3 jaar geadviseerd. Deze aardappels dienen wel met een aantoonbaar N.A.K. gecertificeerd keurmerk te zijn. Indien het keurmerk niet kan worden getoond of door de tuinder de herkomst van de pootaardappelen niet kan worden aangegeven zal het pootgoed moeten worden verwijderd.

e. Om inzake afval het volgende in acht te nemen:

– Onkruid en zacht plantafval binnen het eigen perceel houden.

– Snoeiafval in takkenril, aardappelloof gewoon composteren, steen, hout, plastic, harde plantendelen etc. mee naar huis nemen of voor eigen rekening aanbieden bij een afval inzamel locatie.

f. Om na de groeiperiode, doch uiterlijk op 1 november de hulpmaterialen zoals bonenstokken, klimmateriaal etc. zodanig op te bergen dat het complex een nette indruk maakt.

g. Als door oorzaak (vakantie, ziekte etc.) het noodzakelijk is om tijdelijk anderen te laten tuinen, het bestuur hiervan in kennis te stellen en tevens aangeven op een lijst die in het Trefpunt aanwezig is.

h. Indien aanplant niet meer voldoet aan het gestelde in lid b en c maar vanuit de historie is gedoogd, zal deze bij noodzakelijke vervanging ervan of door opzegging van de tuin moeten worden verwijderd of verplaatst.

Artikel 5 – Controle

a. De tuinkeuring wordt op een werkzaterdag gedaan door een bestuurs- of tuincommissielid en twee leden van de zaterdagwerkploeg. 

b. De controleurs hebben uitsluitend tijdens de controle toegang op de tuinen.

c. Indien een tuin wordt afgekeurd krijgt de tuinder daarvan direct bericht. Op dezelfde dag wordt per mail (of bij het ontbreken van een mailadres per post) een brief naar de tuinder gestuurd met daarin de reden van afkeur en de datum van herkeuring.

d. Portokosten worden in rekening gebracht indien er geen mailadres bekend is.

e. De kosten van een afgekeurde tuin worden op de tuinder verhaald (portokosten per keuring).

f. Bij afkeur wordt de procedure gevolgd zoals verder in dit tuinreglement staat vermeld.

g. Met de tuincontroleurs wordt onder geen enkele voorwaarde op enigerlei wijze gecommuniceerd op straffe van een officiële waarschuwing.

De leden zijn bij nalatig onderhoud gehouden op de eerste schriftelijke aanzegging maatregelen te treffen. Bij het constateren van nalatig onderhoud of het niet naleven van artikel 1 van dit reglement wordt als volgt gehandeld:

1e Het betrokken lid krijgt een schriftelijke aanzegging waarin hij/zij een termijn van 14 dagen wordt gegund om de tuin naar het oordeel van bestuur in goede staat te brengen;

2e Na deze termijn vindt herkeuring plaats waarbij het lid aanwezig mag zijn. Indien de tuin wederom naar het oordeel van het bestuur niet in goede staat wordt bevonden zal het betrokken lid nogmaals een termijn van 14 dagen worden gegund om de tuin alsnog in goede staat te brengen. Het lid wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld.

3e Na deze termijn zal de tuin opnieuw worden gekeurd al dan niet in aanwezigheid van het lid. Blijft het lid naar oordeel van het bestuur nog steeds in gebreke dan zal het bestuur handelen volgens artikel 7 der statuten.

Artikel 6 – Orde en netheid

a. Het mag van de leden worden verwacht dat zij het aan hun verhuurde perceel netjes zullen bijhouden. 

b. Materialen die door de leden op de tuin worden opgebracht met het doel om er bouwsels, paden, afscheidingen of iets dergelijks van te maken dienen binnen een periode van maximaal 2 maanden te zijn verwerkt. 

c. Bij opzegging van het lidmaatschap of bij het veranderen van tuin dient de achter te laten tuin zwart en ontdaan van alle beplanting en bebouwing te worden opgeleverd. Uitzondering hierop zijn:

– Indien er sprake is van overname of goedkeuring door een nieuwe huurder. Hierbij is overleg met bestuur absoluut noodzakelijk.

– Als er een waardevolle boom op de tuin staat hoeft deze niet te worden verwijderd. Dit na overleg met tuincommissie of bestuur.

d. Indien er niet wordt gehandeld zoals in lid c is beschreven zal de vereniging de tuin opruimen waarbij de kosten zullen worden verhaald op de tuinder. Hierbij wordt een startbedrag van minimaal € 80,- gehanteerd. 

e. De leden dienen de faciliteiten op het complex zoals die er zijn: gebouw, water, toilet en telefoon met zorg te behandelen en niet te misbruiken.

Artikel 7 – Verboden

Het is de leden niet toegestaan:

a. Wijzigingen in de aangewezen percelen aan te brengen.

b. Ongevraagd en zonder toestemming de tuin van een ander lid te betreden. Uitzondering hierop zijn de tuincontroleurs tijdens een keuringsdag.

c. Handel of bedrijf op de tuinen uit te oefenen.

d. Geschreven en/of gedrukte stukken aan te plakken of te verspreiden.

e. Het complex te betreden of te verlaten anders dan door de officiële toegangen.

f. Op de tuinen propaganda te maken voor politieke, kerkelijke of andere instellingen.

g. Vlaggen uit te steken, anders dan met toestemming van het bestuur.

h. Huisdieren anders dan aangelijnd het complex te laten betreden. 

i. De nummerbordjes op de tuinen te verwijderen of te verplaatsen.

j. Sleutels anders dan door de vereniging ter beschikking gesteld te gebruiken.

Artikel 8 – Bruikleen

a. De leden zijn aansprakelijk voor de hen geleende of in bruikleen ontvangen gereedschappen.

b. Het in bruikleen gegeven materiaal dient gereinigd te worden teruggebracht op dezelfde dag waarop het in bruikleen werd gegeven.

c. Het in bruikleen gegeven gereedschap mag niet zonder toestemming van het bestuur aan derden in gebruik worden gegeven of het complex te verlaten.

Artikel 9 – Poort

Bij het betreden en het verlaten van het complex dient de poort te worden gesloten. Indien sprake is van (semi) openstelling dient de poort open gelaten te worden op aangegeven tijden.

Artikel 10 – Veranderen van tuin

Als aanvulling op artikel 1 lid b van het algemeen reglement het volgende:

– Bij het accepteren van een andere tuin zullen de statiegelden voor de tuin en sleutel(s) worden aangepast aan de op dat moment geldende bedragen. Voor het verschil van reeds betaalde statiegelden en de nieuwe bedragen zal een rekening worden gepresenteerd.

– Overname van roerende goederen dient tussen tuinders onderling te worden geregeld. Zolang er geen financiële overdracht van de roerende goederen heeft plaatsgevonden blijft de eigenaar verantwoordelijk. Overnames van roerende goederen valt buiten de verantwoordelijkheid van het bestuur.

– Als er geen onderlinge verkoop van de roerende goederen heeft plaats gevonden en de eigenaar de goederen niet binnen het tuincomplex heeft weten te verkopen dient men de roerende goederen te verwijderen. Dit na overleg met de tuincommissie.

Terug naar boven