Tuinreglement – Versie 12 februari 2014

Artikel 1 – aanleg, indeling en onderhoud tuinen

De leden zijn gehouden hun tuin en pad van de aanvang af in goede staat te houden, alsmede voor een goede bewerking zorg te dragen en de paden langs hun tuin in goede staat te houden. Ook een eventueel aan de tuin grenzende sloot moet schoon en schouwvrij gehouden worden.

Onder een tuin in goede staat wordt verstaan dat alle planten, struiken en fruitbomen op een juiste plaats staan zoals in artikel 4b, c en d staan beschreven, dat de aanwezige opstallen bouwkundig verantwoord, in de juiste kleur en op de juiste plaats staan, alsmede de juiste afmetingen hebben e.e.a. zoals beschreven in artikel 5 van dit reglement. Exemplaren van de plantensoorten kweek, zevenblad, heermoes, winde, brandnetel, mierikswortel, paardebloem en distel mogen niet of nauwelijks voorkomen op de tuin.

Artikel 2 – tuincontrole

1. De tuinkeuring wordt gedaan door een bestuurslid en twee leden van de zaterdagwerkploeg.

2. De tuinen worden tijdens het groeiseizoen een keer per twee weken gekeurd.

3. De keuringen vinden plaats op de werkuren zaterdagen

4. Indien een tuin wordt afgekeurd krijgt de tuinder daarvandirect bericht . Op dezelfde dag wordt per post een brief naar de tuinder gestuurd metdaarin de reden van afkeur en de datum van herkeuring . Daartoe liggen er enveloppen, postzegels en voorgedrukte formulieren klaar in hetTrefpunt.

5. Na afkeur door de tuincontroleurs, wordt het vervolgtraject door het bestuur gedaan.

6. Met de tuincontroleurs wordt onder geen enkele voorwaarde op enigerlei wijze gecorrespondeerd op straffe van een officiële waarschuwing.

7. De kosten van een afgekeurde tuin worden op de tuinder verhaald (portokosten per keuring).

8. Bij afkeur wordt de procedure gevolgd zoals verder in dit tuinreglement staat vermeld.

De leden zijn bij nalatig onderhoud op de eerste schriftelijke aanzegging maatregelen te treffen. Bij het constateren van nalatig onderhoud of het niet naleven van artikel 1 van dit reglement wordt als volgt gehandeld:

1e het betrokken lid krijgt een schriftelijke aanzegging waarin hij/zij een termijn van 14 dagen wordt gegund om de tuin naar het oordeel van bestuur in goede staat te brengen.

2e na deze termijn vindt herkeuring plaats waarbij het lid aanwezig mag zijn. Indien de tuin wederom naar het oordeel van bestuur niet in goede staat wordt bevonden zal het betrokken lid nogmaals een termijn van 14 dagen worden gegund om de tuin alsnog in goede staat te brengen. Het lid wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld.

3e na deze termijn zal de tuin opnieuw worden gekeurd al dan niet in aanwezigheid van het lid. Blijft het lid naar oordeel van bestuur nog steeds in gebreke dan zal het bestuur handelen volgens artikel 7 der statuten (‘einde lidmaatschap’)

Artikel 3 – leden

De leden zijn gehouden:

1. Bij het betreden en het verlaten van het complex de poort te sluiten.

2. Gereedschap en andere hulpmiddelen die op de tuin gebruikt worden, zodanig op te bergen dat er door storm geen schade of overlast bij andere tuinders of omwonenden kan ontstaan. Indien door nalatigheid er toch schade ontstaat is het lid op wiens naam de tuin is verhuurd verplicht deze schade te vergoeden.

3. Bij teelt van aardappels een wisselteelt van 3 jaar aan te houden. Deze aardappels dienen met een aantoonbaar N.A.K. gecertificeerd keurmerk te zijn. Indien het keurmerk niet kan worden getoond of door de tuinder de herkomst van de pootaardappelen niet kan worden aangegeven zal het pootgoed moeten worden verwijderd.

4. Materialen, opgebracht met het doel om er bouwsels, paden, afscheidingen of iets dergelijks van te maken binnen een periode van maximaal 2 maanden te verwerken.

5. Om na de groeiperiode, doch uiterlijk op 1 november de hulpmaterialen zoals bonenstokken, klimmateriaal etc. zodanig op te bergen dat het complex een nette indruk maakt.

6. Als met reden (vakantie, ziekte etc.) het noodzakelijk is om tijdelijk anderen te laten tuinieren, hiervan het bestuur in kennis te stellen. Dit is ook mogelijk met de intekenlijst in het Trefpunt.

Artikel 4 – tuinen

1. Het mag van de leden worden verwacht dat zij het aan hun verhuurde perceel netjes zullen bijhouden en het een volkstuinwaardige aanblik zullen geven.

2. Bij aanplant van bomen of grote heesters, evenals woekerende planten (bijv. sommige frambozensoorten) is men verplicht voldoende afstand te houden van paden of aangrenzende tuinen zodat er geen overlast kan ontstaan.

3. Bij algemene beplanting voldoende afstand vanaf de tuingrens aan te houden zodat er geen overlast bij buren kan ontstaan.

4. Voor bomen, anders dan fruitbomen laagstam, gelden de volgende regels: 

– Vooraf toestemming vragen aan het bestuur.

– Niet hoger laten groeien dan 3,5 meter.

5. Bij opzegging van het lidmaatschap of bij het verruilen van tuindient de achter te laten tuin zwart en ontdaan van alle beplanting en bebouwing te worden opgeleverd. Uitzondering hierop is indien er sprake is van overname door een nieuwe huurder. Hierbij is overleg met bestuur absoluut noodzakelijk.

6. Indien er niet wordt gehandeld zoals in lid e is beschreven zal de vereniging de tuin opruimen waarbij de kosten zullen worden verhaald op de tuinder. Hierbij wordt een startbedrag van minimaal € 80,- gehanteerd.

7. Indien aanplant niet meer voldoet aan het gestelde in lid b en c maar vanuit de historie is gedoogd, zal deze bij noodzakelijke vervanging ervan of door opzegging van de tuin moeten worden verwijderd of verplaatst.

Artikel 5 – opstallen

Ten aanzien van bebouwingen en/of getimmerten dienen de leden de volgende regels in acht te nemen:

1. De constructies dienen dusdanig te zijn gemaakt dat zij, onder alle weersomstandigheden, geen gevaar kunnen vormen voor hun omgeving.

2. Dat er regelmatig onderhoud aan wordt gepleegd zulks ten genoegen van het bestuur.

3. Niet meer dan 10% van de tuin te bebouwen met blijvende zaken zoals een plantenkas, platte bak, compostbak etc.

4. Bebouwingen en/of getimmerten op de toegewezen percelen aan brengen uitsluitend na toestemming van het bestuur. Deze getimmerten anders te schilderen dan de kleuren groen of transparant.

5. Voor het plaatsen van een plantenkas gelden de volgende regels:

– Op een tuin van 75 m2 of meer mag een kas worden geplaatst van maximaal 12 m2 met een maximale hoogte van 2,40 meter.

– Voor tuinen kleiner dan 75 m2 is lid c van dit artikel van toepassing waarbij de kas ook niet hoger mag zijn dan maximaal 2,40 meter.

– Bij plaatsing van de kas dient rekening te worden gehouden dat aanliggende tuinen geen last hebben van schaduwwerking van de kas.

– Ongeacht de grootte van de kas dient men een schriftelijke aanvraag, met opgave van afmeting en plaats op de tuin in te dienen bij het bestuur. Tevens zal na toestemming administratiekosten moeten worden betaald.

6. Voor een platte bak geldt dat deze niet hoger dan 80 cm mag zijn.

7. Bij plaatsing van een koude bak, gereedschapkist of compostbak deze op voldoende afstand vanuit de paden of aangrenzende tuin te plaatsen.

8. Indien opstallen niet meer voldoen aan het gestelde in lid 1,2,3,4,5 en 6 maar vanuit de historie zijn gedoogd, zullen bij noodzakelijke vervanging ervan of door opzegging van de tuin moeten worden verwijderd, verplaatst of veranderd.

9. Het bestuur behoudt zich het recht voor om in te grijpen indien niet wordt voldaan aan het opgestelde in dit artikel. Hierbij kan het bestuur direct actie ondernemen indien de omstandigheden dit vereisen.

Artikel 6 – verboden

Het is leden niet toegestaan:

1. Wijzigingen in de aangewezen percelen aan te brengen.

2. De nummerbordjes van de tuinen te verwijderen of van plaats te veranderen.

3. Ongevraagd en zonder toestemming de tuin van een ander lid te betreden.

4. Handel of bedrijf op de tuinen uit te oefenen.

5. Geschreven en/of gedrukte stukken aan te plakken of te verspreiden.

6. Het complex te betreden of te verlaten – behoudens toestemming van het bestuur – anders dan door de officiële toegangen.

7. Op de tuinen propaganda te maken voor politieke, kerkelijke of andere instellingen.

8. Vlaggen uit te steken, anders dan met toestemming van het bestuur.

9. Het houden of telen van gewassen die strafrechtelijke gevolgen met zich meebrengen.

10. Huisdieren anders dan aangelijnd het complex te laten betreden.

11. Sleutels anders dan door de vereniging ter beschikking gesteld te gebruiken.

Artikel 7 – milieu, hygiëne en afval

Het is de leden niet toegestaan:

1. Tuinafval te deponeren op andere plaatsen dan de eigen tuin.

2. Zeer giftige bestrijdingsmiddelen te gebruiken, welke gevaar voor de medetuinders en voor het milieu opleveren.

3. Het gebruiken van dode dieren of plastic tasjes als vogelafschrikking.

4. De paden te berijden met motorisch aangedreven voertuigen met meer dan 2 wielen. 5. De paden te verontreinigen en/of te gebruiken voor opslag.

6. Radio’s e.d. en/of muziekinstrumenten te laten spelen.

7. Het hebben en houden van dieren op de tuinen.

8. Het maken van open vuur op het complex.

9. Leden zijn gehouden om inzake afval het volgende in acht te nemen:

– Onkruid en zacht plantafval binnen het eigen perceel houden of mee naar huis nemen

– Aardappelloof, snoeiafval, steen, hout, plastic, harde plantendelen etc, mee naar huis nemen of voor eigen rekening aanbieden bij een afval inzamel locatie.

Artikel 8 – bruikleen

1. De leden zijn aansprakelijk voor de hen geleende of in bruikleen ontvangen gereedschappen.

2. Het in bruikleen gegeven materiaal dient gereinigd te worden teruggebracht op dezelfde dag waarop het in bruikleen werd gegeven.

3. Het in bruikleen gegeven gereedschap mag niet zonder toestemming van het bestuur aan derden in gebruik worden gegeven of het complex te verlaten.

4. De leden dienen de faciliteiten zoals die er zijn: gebouw, water, toilet en telefoon met zorg te behandelen en niet te misbruiken.

Artikel 9 – veranderen van tuin

1. Als aanvulling op artikel 1 lid b van het algemeen reglement het volgende:

– Bij het opnieuw accepteren van een tuin zullen de statiegelden voor de tuin en sleutel(s) worden aangepast aan de op dat moment geldende bedragen. Voor het verschil van reeds betaalde statiegelden en de nieuwe bedragen zal een rekening worden gepresenteerd.

– De te verlaten tuin zal zwart en zonder obstakels moeten worden opgeleverd binnen een afgesproken periode. Uitzondering hierop kan zijn dat de tuin door de nieuwe tuinder wordt geaccepteerd zoals die op dat moment is. Hiervan zal door het bestuur aantekening worden gemaakt.

– Overname van roerende goederen valt buiten de taakomschrijving van het bestuur en dient tussen de tuinders onderling goed te worden geregeld. Zolang er geen nog financiële overdracht heeft plaatsgevonden blijft de eigenaar ervan aansprakelijk.

Artikel 10 – bestuur en tuincommissie

Het bestuur bestaat uit het dagelijks bestuur te weten voorzitter, secretaris, penningmeester, en de voorzitter van de tuincommissie en de overige leden van de tuincommissie. De operationele taken op het complex worden gepland en begeleid door de tuincommissie onder leiding van de voorzitter. Deze taken zijn:

1. Toezicht houden en controleren van de tuinen, de beplanting, wegen, paden en sloten.

2. De leden oproepen tot het doen van algemeen werk.

3. Het uitgeven van tuinen aan leden overeenkomstig de regels hiervoor opgesteld in artikel 1 lid b van het algemeen reglement.

4. Controle houden op de verstrekking en onderhoud van de gereedschappen en machines eigendom van de vereniging.

5. Het verzorgen van de aan- en verkoop van zaden, pootaardappelen en meststoffen. Een en ander in overleg met de penningmeester

Dit reglement is aangepast in februari 2014 naar aanleiding van de gewijzigde samenstelling van het bestuur en een verdere verduidelijking van de regels die gelden op het complex.

Terug naar boven