|
Nu het complex geen gezamelijke compostbak meer
heeft, zal de tuinders zelf een oplossing moeten zoeken voor het
tuinafval. Hier een uitgebreide informatie(over kunnen nemen van
Tuinvereniging ”Jan Vroegop" te Zaandam) over composteren.
Hopelijk kan deze informatie u op weg helpen om op
een goede manier te composteren. Succes!
WAT
IS COMPOST ? terug naar inhoudsopgave
Compost is een donker, zwart-bruin,
kruimelachtig materiaal dat naar bosgrond ruikt. Het is een humusproduct
dat levende organismen en gemineraliseerde plantenvoedende elementen
bevat. Het water en nutriënten worden door de compost goed vastgehouden
en langzaam en naar behoefte aan de plantenwortels ter beschikking
gesteld. Na het gebruik van de compost gaat de afbraak van het organische
materiaal ook nog door in of op de bodem. Daarbij worden steeds meer
voedingselementen vrijgegeven. Tegelijk wordt ook humus gevormd waardoor een
goede kruimelige bodemstructuur ontstaat die water, warmte en
voedingsstoffen vasthoudt.
COMPOST
- Verrijkt de bodem met organisch materiaal en voedt het bodemleven.
- Doet een bodemstructuur ontstaan die water, warmte en voedingsstoffen
vasthoudt.
- Maakt kleibodems lichter en zorgt ervoor dat zandgronden beter water
vasthouden.
- Brengt de zuurtegraad van de bodem tot op optimale waarde.
- Buffert temperatuurverschillen tussen dag en nacht.
- Voorkomt erosie van de bodem door wind en water.
- Beschermt de planten tegen parasieten en ziekten.
WAT
IS COMPOSTEREN ?
Composteren is een
versnelde vorm van het natuurlijke verteringsproces, waarbij het er in
essentie op neerkomt de micro-organismen en wormen die voor de afbraak
zorgen, goed te voeden en te verzorgen. Dit betekent: de organische
afvalstoffen goed mengen en ervoor zorgen dat er voldoende vocht en lucht
aanwezig is. Maar composteren is in de eerste plaats een wonderlijk en
leerrijk tuingebeuren dat je meer inzicht verschaft in de natuurlijke processen
die rondom ons plaatsgrijpen.
WAAROM
COMPOSTEREN ?
Door het keuken- en
tuinafval te scheiden, bewijs je niet enkel je tuin een goede dienst; ook
het milieu vaart er wel bij. Het organisch afval dat je uit de
vuilnisemmer houdt, komt niet op de stortplaats of in de verbrandingsoven
terecht. Je hoeft bij thuiscomposteren helemaal niets voor de afvoer en
de verwerking van het organisch afval te betalen, zodat zowel je eigen
portemonnee als die van de gemeente er wel bij varen.
WAT
KAN JE COMPOSTEREN ? terug naar inhoudsopgave
Organische afval- of
reststoffen zijn materialen van dierlijke of plantaardige afkomst. Onder
natuurlijke omstandigheden komen ze op de bodem terecht en worden er
verteerd door allerhande bodemorganismen. Alle organische afvalstoffen
uit keuken en tuin zijn te verwerken in de composthoop. Materialen zoals
mest en bladeren verteren doorgaans snel, houtige bloemstelen en dikke
takken veel langzamer.
Maar opgepast ! De mens behandelt sommige organische materialen op
zodanige wijze dat ze niet meer of veel moeilijker verteren of dat ze de
compost belasten met schadelijke stoffen. Hout wordt bijvoorbeeld
ingestreken met verf, papier wordt bedrukt met gekleurde inkt die zware
metalen bevat. Behandeld hout en gekleurd papier komen dus niet in
aanmerking voor verwerking in de composthoop. We zullen er ook steeds op
letten alle niet verteerbare stoffen uit ons afval te weren. In de
compost leiden ze tot verontreiniging.
Wel
composteerbaar
organisch materiaal
aardappelschillen (bepoederde aardappelen eerst afspoelen), schillen van
citrus- en andere vruchten, groenteresten, eierschalen, doppen van noten,
theebladeren en -zakjes, koffiedik en -filters, papier van de keukenrol,
kleine hoeveelheden etensresten, mest van kleine planteneters (vb.:
cavia, konijn,...), snijbloemen en kamerplanten (zonder aarde),
versnipperd snoeihout, haagsnoeisel, zagemeel en schaafkrullen,
grasmaaisel, bladeren, onkruid, resten uit groente- en siertuin,...
Niet
composteerbaar
timmerhout en grof
ongesnipperd snoeihout, beenderen en dierlijk afval, wegwerpluiers, aarde
en zand, saus, vet, olie, stof uit de stofzuiger, as van de open haard,
houtskool, kunststof, ijzer, metaal en blik, kattenbakvulling, ...
KEUZE
VAN DE METHODE terug naar inhoudsopgave
Alvorens aan de slag te
gaan zal je moeten kiezen voor een bepaald systeem van composteren. Of je
kiest voor een composthoop, compostbak, compostvat of wormenbak is
afhankelijk van je eigen voorkeur, je budget, de oppervlakte van je tuin
en de grootte van je gezin. Het systeem moet overeenkomen met jouw
productie aan afval. Ook een combinatie van verschillende systemen
behoort tot de mogelijkheden. Hieronder een korte uiteenzetting van de
systemen. Kijk ook eens bij de alternatieven alvorens je een keuze maakt.
HET COMPOSTVAT: (voor de kleinere tuin)
Als je een tuin hebt
van minder dan 100 à 00 m of als je weinig groenafval hebt
omdat je bladeren, gemaaid gras en versnipperde takjes reeds als
bodembedekker gebruikt, dan is een compostvat voor jou het beste systeem
om zelf compost te maken. Een compostvat is van gerecycleerde kunststof
vervaardigd en heeft een inhoud van 200 tot 500 liter. Je kunt er dus
optimaal kleine hoeveelheden keuken- en tuinafval in composteren. Vaak
kan je het vat goedkoper aanschaffen via je gemeente.

DE
COMPOSTHOOP:
(voor de grote tuin)
Als je een grote
tuin hebt met veel bomen, struiken, een grasveld of een behoorlijke
groentetuin, dan kies je voor een composthoop. Een composthoop aanleggen
is vooral zinvol als per keer dat een hoop wordt opgezet à 4 m3 materiaal kan worden
verzameld. Een composthoop opzetten van minder dan 1m2 heeft
echter weinig zin. Het aan de lucht blootgestelde oppervlak is dan te
groot ten opzichte van het volume en zorgt ervoor dat de hoop veel vocht
en warmte verliest.

DE
COMPOSTBAK: (voor
de grote tuin)
Voor de meeste
tuinen is de compostbak het meest aangewezen systeem. Composteren in een
compostbak of -silo gaat even snel als composteren op een composthoop,
maar is iets eenvoudiger en netter. Een compostbak kan je kopen als
bouwpakket, maar knutsel je ook snel zelf in elkaar. Maak één of meerdere
bakken van zowat 1 m3. De wanden bestaan uit steen, hout of
draadwerk bedekt met geotextiel en zijn voorzien van verluchtingsgaten.
Zijn die gaten te groot dan kan uitdroging optreden.

DE
WORMENBAK: (geen
of kleine tuin)
Woon je op een
appartement of heb je maar een kleine (of geen) tuin, dan is de wormenbak
voor jou het ideale systeem. In de wormenbak kan je op eenvoudige wijze
je keukenafval (geen vlees) composteren. Alhoewel wormen in alle systemen
een belangrijke rol spelen, krijgen ze hier de hoofdrol. Hoewel een
wormenbak zelfs in de keuken zou kunnen, geef je hem eerder een plaats op
het terras, in de garage of in een beschutte hoek in de tuin. Zeker in de
winter verdient het aanbeveling om een warm plekje te zoeken zodat de
wormen niet bevriezen.
HET
COMPOSTEREN terug naar inhoudsopgave
Veel werk vraagt
thuiscomposteren niet: zo nu en dan het materiaal omzetten om het te
beluchten, de rest doet de natuur. Als je je aan een paar eenvoudige
regels houdt, kan er niets mis gaan. Vergeet de praatjes over stank,
ratten of zurigheid. Die verhalen komen misschien wel van mensen die ooit
eens wat afval op een hoop gooiden, maar nooit van mensen die een echte
composthoop opzetten en echt weten waarover ze praten.
Het
COMPOSTVAT
Plaats het compostvat
op een zonnige plek in de tuin en niet te ver van de keukendeur, zodat je er
gemakkelijk bij kan. Door zijn donkere kleur absorbeert het vat de
zonnestralen. Zonder uit te drogen warmt het materiaal in het vat dan op
en wordt de afbraak versneld. De bodemplaat van het vat plaats je best op
een harde, vlakke ondergrond, bij voorkeur op enkele tegels. Hierdoor
voorkom je dat deze in de grond zakt.
De geperforeerde en geprofileerde
bodemplaat zorgt voor luchttoevoer onderaan in het vat. Hierdoor kan ook
het eventuele overtollige vocht wegsijpelen en kunnen de nuttige
bodemorganismen zich een toegang verschaffen tot het verterend materiaal.
Op de bodemplaat
wordt een tonvormige romp geplaatst, die geen lucht toelaat via de zijkant, zodat het
materiaal in het vat niet kan uitdrogen. Onderaan in de romp bevindt zich
wel een luik waarlangs je af en toe kan kijken hoever het
composteringsproces gevorderd is en waarlangs je de afgewerkte compost
kan verwijderen. Bovenaan wordt het vat afgesloten met een deksel dat
voorzien is van ventilatiegaten.
Om een goede
luchtcirculatie te bewerkstelligen bedek je de bodemplaat best eerst
met kleine takjes, resten van snijbloemen of uitgebloeide
kamerplanten. Het is het beste het vat bij het opstarten ten minste voor
de helft te vullen zodat de temperatuur snel oploopt (40 à 50 °C).
Belangrijk is dat je 'groene' materialen (= vochtige materialen zoals:
bladeren, schillen, gras,...) vermengt met bruine (= droog, verhout,
meestal bruin materiaal zoals: snoeihout, gehakseld hout,...). Je vult
vervolgens het compostvat dagelijks bij met kleine hoeveelheden keuken-
en tuinafval en je vermengt dat met het aanwezige materiaal.
Twee à drie keer per
week belucht je het compostvat met een beluchtingsstok (zie tekening) die op
verschillende plaatsen in de compost wordt gestoken, een kwartslag
gedraaid en er vervolgens weer wordt uitgetrokken. Hierdoor wordt alles
opgeschud en wordt er wat oude compost naar boven gebracht om het nieuwe
materiaal mee te enten.
Na enkele maanden kan je
oogsten. Dat kan langs het luik, maar handiger is het om hiervoor de
volledige mantel weg te nemen. Let er op dat de gaatjes in de bodemplaat
niet verstopt zitten, maak ze zuiver alvorens opnieuw op te starten. Het
onverteerde materiaal bovenop de compost gebruik je om je vat terug op te
starten.

DE
COMPOSTHOOP
Kies een beschaduwde
plaats voor de
aanleg van de composthoop. Voor de onderste laag (oppervlakte
minstens 2 m2) van de composthoop gebruik je grof
materiaal, zoals versnipperde stengels. Het ideale moment om te starten
met je composthoop is daarom na een snoeibeurt in je tuin. De
composthoop wordt laagsgewijs opgebouwd tot een hoogte van ongeveer 1,5
m. Bij iedere laag wordt langs de contouren het materiaal als een
muurtje opgebouwd en vervolgens binnenin bijgevuld. Op die manier krijgt
de hoop een rechte wand. Meng zoveel mogelijk "groen" en
"bruin" materiaal onder elkaar. Waterrijke en structuurloze
"slappe" afvalstoffen (= groen materiaal), zoals gras en
fruitresten, spreid je over de hele oppervlakte van de composthoop uit of
meng je met de drogere materialen (= bruin materiaal) zoals houtsnippers
en bladeren die je in voorraad hebt. Maak eventueel de hoop bovenaan
kuilvormig zodat, tot aan de eerste omzetting nog keukenafval,
grasmaaisel e.d. kan toegevoegd worden.
Na enkele dagen al
stijgt de temperatuur in de hoop tot 50 à 70 °C en soms zelfs meer: het
composteringsproces is begonnen.
Na enkele weken
(hooguit 2 maanden) zet je de composthoop om, waarbij je alles luchtig en
duchtig door elkaar mengt. De temperatuur zal nu gedurende een korte tijd
opnieuw wat stijgen. Na verloop van tijd zakt de composthoop geleidelijk
in, daalt de temperatuur en beginnen wormen de hoop verder te verteren.
Bij de tweede
omzetting, nog eens enkele weken later, zal je van het oorspronkelijke
materiaal niet veel meer terugvinden. Na ongeveer zes maanden begint de
composthoop te ruiken naar verse bosgrond. De compost is, na zeven, klaar
voor gebruik.
Een goed aangelegde
composthoop verspreidt weinig of geen geur, zodat burenhinder uitblijft.
Als je over voldoende plaats beschikt, is het beter dat je twee of drie
hopen per jaar aanlegt, in functie van je hoeveelheid afval.
DE
COMPOSTBAK
Voor een compostbak
kies je een beschaduwde plaats. Op de bodem van je bak leg je grof
materiaal, zoals
versnipperde stengels of gehakseld hout. De compostbak wordt
laagsgewijs opgebouwd waarbij je dan lagen "groen" en lagen
"bruin" materiaal afwisselt. Waterrijke en structuurloze
"slappe" afvalstoffen (= groen materiaal), zoals gras en
fruitresten, spreid je over de hele oppervlakte van de composthoop uit of
meng je met de drogere materialen (= bruin materiaal) zoals houtsnippers
en bladeren die je in voorraad hebt. Tot aan de eerste omzetting kan nog
keukenafval, grasmaaisel e.d. toegevoegd worden dat je dan mengt met de
bovenste laag.
Na enkele dagen al
stijgt de temperatuur in de bak tot 50 à 70 °C en soms zelfs meer: het
composteringsproces is begonnen.
Na enkele weken
(hooguit 2 maanden) zet je de compostbak om. Nu zal blijken dat een
compostbak met meerdere vakken het gemakkelijkste werkt. Bij dit type
schuift de materie telkens een vak op. Bij een bak met 3 vakken zal eerst
uit het laatste vak de compost geoogst worden. Daarna wordt dit vak terug
gevuld met de materie uit het tweede vak, eventueel gemengd met grove
deeltjes die overblijven na het zeven van de compost. Nu kan de inhoud
van het eerste vak overgebracht worden naar het tweede, waarna je in het
eerste vak terug opstart. Bij het overbrengen moet de materie goed
losgemaakt en gemengd worden.
Zorg ervoor dat bij
aanhoudende regen de bak afgedekt wordt. Aangezien het volume van een
compostbak niet zo groot is, zou door het regenwater de temperatuur ervan
te sterk dalen.
Een goed verzorgde
compostbak verspreidt weinig of geen geur, zodat burenhinder uitblijft.
DE
WORMENBAK
Zet de wormenbak niet in
de zon maar zoek een beschut plekje. Dit kan in de tuin zijn, maar
evengoed in een berging of garage. Let er wel voor op dat de temperatuur
er niet te extreem hoog of laag is. De compostworm voelt zich het best
bij temperaturen van 15 tot 25 °C.
Het opstarten van de
wormenbak gebeurt als volgt. Leg onderaan in de bak een grondlaag van
half verteerde compost waarin zich wormen en andere afbraakorganismen
bevinden. Gooi je keukenafval dagelijks in een dunne laag bovenop het
reeds aanwezige materiaal. Je kan af en toe wat papiersnippers toevoegen,
dit vormt voor de compostwormen een ideaal nestmateriaal. Het duurt
altijd een aantal weken vooraleer de wormen het nieuwe organische
materiaal beginnen te verteren. Ze eten immers geen vers afval. Eerst
dient een bacteriële omzetting plaats te vinden.
Niet om het even welke worm
komt in aanmerking voor een wormenbak. Enkel de Eisenia foetida is
geschikt voor de compostering. Regenwormen (Lumbricus terrestris)
overleven niet in de wormenbak. Je kunt de compostwormen vinden bij
commerciële wormenkwekers, in hengelsportwinkels of gewoon in de
composthoop van je buurman.
Wormen houden niet van
licht, daarom moet je steeds je wormenbak afsluiten.
De manier van oogsten
hangt af van het gebruikte systeem. Gebruik je een enkele bak, dan zijn
er 3 mogelijkheden:
1. Eens je bak gevuld is, laat je hem rusten tot de wormen hun werk
gedaan hebben. Daarna haal je de compost uit je bak.
2. Je wacht tot je bak gevuld is, je haalt het onverteerde materiaal uit
de bak, waarna je de compost kan oogsten. Start de wormenbak terug op met
het onverteerde materiaal.
3. Van zodra je bak tot op 30 cm van de rand gevuld is plaats je in je
bak een emmer met een geperforeerde bodem (of een mand voor
vijverplanten).Eens deze emmer gevuld, is de compost onder de emmer
klaar. Neem de emmer weg, haal de compost uit je bak en start je
wormenbak terug op met de inhoud van de emmer.
Bij het gebruik van een
dubbele bak (waarbij de twee compartimenten van elkaar gescheiden zijn
door een geperforeerde tussenwand) begin je, zodra het ene compartiment
vol is, het andere te vullen. Zodra de compostwormen klaar zijn in de ene
bak kruipen ze door de gaatjes naar de andere waar ze onverstoord door
gaan. Op dat ogenblik kan je de compost uit de niet actieve bak oogsten.
En dan is er nog de
stapelbak. Deze bestaat uit een reservoir met daarop een drietal bakken
met een geperforeerde bodem. Hierop komt een deksel waarmee het geheel
afgesloten wordt. Bij dit systeem wordt eerst de onderste bak gevuld,
daarna de middelste en dan de bovenste. Op het ogenblik dat deze laatste
gevuld is, is de compostering in de onderste bak gedaan en zijn de
wormen, door de geperforeerde bodem, naar de middelste bak verhuisd. De
onderste bak wordt uit het systeem gehaald, geledigd en bovenaan
teruggeplaatst. Nu kan deze terug gevuld worden, waarna alles zich weer
herhaalt.
Opgelet!!! Bij een gesloten systeem moet
regelmatig het percolaatvocht worden afgelaten. Dit gebeurt langs het
daarvoor voorziene kraantje. Het percolaat kan gemengd met water (1 deel percolaat
/ 10 delen water) gebruikt worden als meststof voor planten. Wegens zijn
kwalijke geur is het gebruik ervan binnenshuis sterk af te raden. Open
systemen moeten buiten gebruikt worden zodat het percolaatvocht in de
bodem kan dringen.
HOE
GEBRUIK JE COMPOST ?
Compost is een
uitstekende bodemverbeteraar, waarmee je in je eigen tuin heel mooie
resultaten kan bereiken. Compost komt in aanmerking voor alle teelten:
groenten, struiken, gazongras, bomen, eenjarige bloemen, kruiden, vaste
planten, ...
In plantgaten voor bomen en struiken, als bijmenging in zaai- of
potgrond, of bij aanleg van gazon gebruik je enkel fijne, volledig
verteerde compost. Uitzeven is dan aangewezen.
IN DE GROENTE- EN
FRUITTUIN
De hoeveelheid
compost die je in de groentetuin gebruikt, is afhankelijk van de
kwaliteit van de compost, het bodemtype en de vruchtbaarheid van de
bodem. Hoeveel compost je gebruikt, hangt dus ook af van de hoeveelheid
compost die je in het verleden hebt gebruikt en van de voedselbehoefte
van het fruit en de groenten die worden geteeld.
Omdat de voedingsstoffen in de compost gedurende vele jaren vrijkomen,
hoef je voor weinig eisende wortelgewassen geen compost meer bij te
voegen als de voorbije jaren reeds voldoende compost werd toegediend. Dit
geldt vooral voor blad- en vruchtgewassen, aardappelen en aardbeien.
De compost wordt liefst in het voorjaar oppervlakkig ingewerkt.
Bij grote behoefte
aan voedingselementen (aardappelen, kolen, tomaten): 4 tot kg/m2.
Bij matige behoefte aan voedingselementen(sla, spinazie, andijvie,
aardbei): 2 tot 4 kg/m2.
Tussen vruchtgroenten zoals tomaat, komkommer of paprika kan de
compost ook als mulchlaag van 2 cm dik worden aangebracht.
Bij aanplant van kleinfruit en fruitbomen: 20 % compost
rechtstreeks in het plantgat mengen.
Als verzorging van fruitaanplantingen: jaarlijks 3 tot 5 kg/m2
onder de bladoppervlakte verdelen en eventueel oppervlakkig inwerken.
IN DE SIERTUIN
Bij de aanleg van een gazon of een siertuin kan je best een flinke dosis
compost inwerken. Maar ook een bestaande siertuin reageert dankbaar op
compost. Fijne, uitgezeefde compost laat zich goed uitspreiden tussen het
gras.
In de siertuin dient de bodemverbetering enkele weken op voorhand te
gebeuren.
Bij aanleg van gazon: 8 tot 10 kg/m2
oppervlakkig verdelen en 10 cm diep inwerken. Gebruik bij voorkeur fijne
compost.
Bij beplantingen: 8 tot 10 kg/m2 oppervlakkig verdelen
en 15 tot 20 cm diep inwerken.
Bij grote planten (bomen) wordt 20 % compost rechtstreeks in het
plantgat gemengd.
Bij bodembedekkers de compost liefst niet inwerken.
Tweejaarlijkse verzorging: 2 tot 3 kg/m2 oppervlakkig
verdelen tussen de beplanting en licht inschoffelen.
Als mulchlaag (dit is een goede bescherming tegen onkruid): 3 tot
5 cm compost oppervlakkig verdelen en niet inwerken. Gebruik het liefst
grove compost.
IN BLOEMBAKKEN
Vullen van nieuwe bakken: meng 40 % compost met gewone tuinaarde
en vul hiermee de bakken.
Hervullen van oude bakken: meng 20 % compost door de oude grond
waarin reeds planten gestaan hebben. Gebruik echter geen grond afkomstig
van bakken met zieke planten.
Veel
voorkomende vragen terug naar inhoudsopgave
Kan ik al mijn
grasmaaisel composteren ?
De hoeveelheid
gras die je kan composteren is sterk afhankelijk van de hoeveelheid ander
tuinafval dat je hebt om te composteren. Je zal het grasmaaisel namelijk
goed met bladeren, takjes, stengels,... moeten mengen om een luchtig
geheel te verkrijgen(zie hoofdstuk:Gras). Doe je dit niet dan gaat het
maaisel samenklitten en ontstaat een gistingsproces.
Hoe zuur is compost ?
In tegenstelling tot wat vele mensen denken is compost niet zuur. Compost
heeft een gemiddelde pH-waarde van 8 en is dus geschikt om een verzuurde
grond (pH-waarde < 7) terug op optimale waarde te brengen.
Moet ik zelf wormen
in het compostvat doen ?
De
compostwormen, die in iedere tuin aanwezig zijn, zullen zelf de weg naar
je compostvat vinden.
Wat is een wachthoop
?
Materialen die
je niet dadelijk kan composteren worden op een aparte hoop geplaatst tot
ze gecomposteerd kunnen worden. Heb je in de herfst bijvoorbeeld veel
dorre bladeren, dan kan je deze als mulchlaag gebruiken tussen je
planten, maar je kan ze ook op een hoop bewaren tot je ze in de zomer
samen met je grasmaaisel kan composteren.
Mag ik schillen van
bespoten fruit, bepoederde aardappelen, ... wel gebruiken in mijn
composthoop, -vat of -bak ?
Heel wat mensen
vrezen dat hun compost van slechte kwaliteit zal zijn als zij schillen
van bespoten fruit, bepoederde aardappelen, ... in hun vat gooien. Omdat
het meestal om vrij kleine hoeveelheden gaat, hoeft u hiervoor niet te
vrezen en kan u toch een zeer goede kwaliteit van compost bekomen.
Wat doe ik met
onkruid of zieke planten ?
Door het intens
afbraakproces stijgt de temperatuur in de compost en gaan de
afbraakorganismen sneller werken. Bij temperaturen boven de 50 °C worden
zelfs onkruidzaden en ziektekiemen vernietigd. Deze planten stopt u best
midden in de hoop waar de temperatuur het hoogst oploopt. Let wel op voor
te veel vocht, want daardoor daalt immers de temperatuur.
Heeft mijn
composthoop, -vat of -bak starters, versnellers of kalk nodig ?
De
micro-organismen, die door hun afbraakactiviteit de temperatuurstijging
veroorzaken, komen van nature voor op de verschillende afvalstoffen en in
de bodem zodat je ze niet extra aan de compost moet toevoegen.
Compoststarters of -versnellers zijn dus overbodig.
Welk vochtgehalte
moet mijn compost hebben ?
Een vochtgehalte
van ongeveer 50 % is ideaal. Zorg ervoor dat de compost in droge periodes
met veel wind voldoende vocht heeft. Daar kan u bv. Voor zorgen door uw
koffiegruis of zelfs een beetje water toe te voegen, bv. Het water
waarmee u uw compostemmertje uitspoelt.
Hoe kan ik geurhinder
vermijden ?
Een composthoop,
-vat of -bak zal absoluut geen geurhinder geven wanneer deze goed
onderhouden wordt. Je zal dus voldoende moeten beluchten. Regelmatig
omzetten en een goede afwisseling tussen houtige en groene materialen
zorgen hiervoor. Bij het opstarten legt u onderaan steviger materiaal
zoals takjes of snijbloemen, zodat de lucht ook langs daar bij de compost
kan komen.
Hoe kan ik
fruitvliegjes vermijden ?
De oorzaak is
meestal de aanwezigheid van fruit- of etensresten bovenaan in het vat.
Vliegjes kan u vermijden (beperken) door fruitresten af te dekken met bv.
gras, bladeren of papier.
Mag ik de
uitwerpselen van mijn huisdier composteren ?
In de officiële
lijst van composteerbare materialen wordt een onderscheid gemaakt tussen
mest van planteneters (composteerbaar) en de mest van vleeseters (niet of
moeilijk composteerbaar). Alle contact met honden- en kattenuitwerpselen
is af te raden. De kans op besmetting is immers zeer reëel (Bij de hond
voornamelijk de ascariseieren; bij de kat is toxoplasmose de grote
potentiële boosdoener). Daarom is het geen goed idee om ze in de compost
te verwerken.
|